Spring naar inhoud
Over ons Over Weizigt Historie Weizigt

Historie Weizigt

Weizigt was een buitenplaats 

Het begon allemaal vanaf 1600. Op een oude kaart uit 1611 is een 'buiten' te zien op de plek waar het huidige Weizigt staat. Waarschijnlijk is Weizigt net als vele Dordtse buitenplaatsen voortgekomen uit een boerderij met landbouwgrond er omheen. 

Na de Sint Elizabethvloed was er vruchtbare slib op het land achtergebleven. Rijke Dordtenaren kochten stukken grond en gaven opdracht om de grond in te polderen. Eerst werd de dijk aangelegd met een sloot. Met een watermolen werd de polder leeggemalen het water werd in de sloot afgevoerd.  

Kaart van Dordrecht 1560

Kaart van Dordrecht 1560. Bovenin zie je de stad. Daaronder de polders en het gebied dat nog onder water staat na de Elizabethvloed.

Inpolderingen en buitenplaatsen 1673

Inpolderingen en buitenplaatsen op het Eiland van Dordrecht, 1673. Het noorden van deze kaart is onder. 

  • 1603 Oud-Dubbeldamse polder
  • 1616 Merwede- of Noordpolder 
  • 1617 Zuidpolder 
  • 1652 Alloysen- of Bovenpolder 
  • 1659 Wieldrechtse polder
Het woordje 'wijk' komt van uitwijken of toevluchtsoord. Hoven is een ander woord voor boerderij. Adellijke huizen zijn huizen waar men 'op' woont en niet in.
1768 Krispijnseweg

1768 Krispijnseweg.

Vrouwelijke investeerders 

Voor wie denkt dat alleen mannen konden investeren heeft het mis. In de 18de eeuw koopt Elisabeth Francken (1661-1729) Ambachtsvrouwe van Niemandsvriend in een korte periode verschillende tuinen aan om de tuin Weizigt uit te breiden. Zij creëerde de buitenplaats nadat haar tweede echtgenoot (Mattheus van de Broucke Eliaz) overleed. Zij had een appeltje voor de dorst nodig voor haarzelf en haar zes jonge kinderen. 

In 1722 kocht zij de aangrenzende tuin uit de nalatenschap van Jeronimus Terwe aan; 'seeckeren tuyn met de plantagiën (moestuin, boomgaard, bos) en timmeragiën (bebouwing) daeraan gehoorende, saende ende gelegen in ’t Oudeland van Dubbeldam aan de Spuyweg aff en streckende agter tot de helfte van een laen gelegen tegen de wey van mr Neurenburgh'. Op dezelfde dag kocht zij de tuin van Jacob Zalm aan. Twee jaar later kocht zij nog een stuk aangrenzende grond aan.

Johan van den Burgh (1690-1771) Ambachtsheer van Niemandsvriend is een van de kinderen die van buitenplaats Weizigt van zijn moeder erft. Hij was haar zoon uit haar eerste huwelijk met Matthys van der Brugh (1659-?).

Buytenplaatsje Weysigt

Na zijn overlijden laat Johan van der Burgh 'thuyn of buytenplaatsje vanouds genaamt weysigt' na aan zijn nichtje Sophia Adriana Hoeufft. Sophia trouwt mr. Hendrik Onderwater (1747-1822). Het echtpaar kocht in een korte tijd na elkaar (in 1771, 1775, 1779) de aangrenzende weidegronden. Hun bezit bestond toen uit: bebouwing, tuin en park. 

Een buitenplaats was een plek waar een gegoede familie naar toe kon. In de zomer ontving de familie gasten. Iedereen genoot van de frisse lucht en de gerechten die bereid werden: groenten uit de moestuin en met vruchten uit de boomgaard. De buitenplaatsen werden steeds groter en veranderden van inrichting. Er kwam een tuin met doolhoven en watervallen bij, lanen om door te wandelen, vijvers om te vissen en een herenhuis om in te wonen. Sommige families hielden bijzondere exotische dieren of bijzondere planten in een verwarmde kas. Hoe meer je van deze elementen op je buitenplaats had hoe meer je aanzien genoot. Weizigt is als buitenplaats waarschijnlijk op dezelfde wijze ontstaan.

Huis te Dubbeldam 1730

Voorbeeld van een buitenplaats in Dordrecht. Huis te Dubbeldam 1730.

Familie De Roo 

Familie De Roo bezat een aantal huizen en landerijen op het eiland van Dordrecht. Om zijn bezit verder uit te breiden koopt Boudewijn De Roo (1739-1785) via een familielid de bebouwingen en de grond in 1782. Na zijn overlijden laat zijn weduwe, Anne Sophia van Brandeler (1752-1802) samen met haar nieuwe man Matheus van Gillis van Rees (1753-1817) een nieuw voorhuis bouwen in 1794. In Romeinse cijfers is het jaartal te lezen op de gevel van het herenhuis. Daarnaast richtte zij een landschappelijke tuin in met een vijver inclusief een eiland, veel slingerende paadjes, watergangen en een bergje. 

Tuin in landschapsstijl 1881

Voorbeeld van een tuin in  landschapsstijl. De tuin hoort bij Villa Maria 1881. Bewoners van villa Maria woonden dichtbij Henry en Wilhelmina de Roo. De villa stond ongeveer tussen de Bleekersdijk – Johan de Wittstraat - Cornelis de Wittstraat – Singel.

De oudste zoon, François De Roo (1780-1826) erft van zijn moeder de buitenplaats in 1817. Een jaar later vergroot hij zijn bezit door de aangrenzende buitenplaats van zijn oom Anthony Baltazar van de Brandeleer te kopen. De Roo’s eigendom bestond op dat moment uit ruim 10 bunders (1 bunder is ongeveer 1 hectare).

François liet zijn bezittingen na aan zijn vrouw Johana Antoinetta van der Kaa (1795-1832). Zij verhuist samen met haar 4 kinderen naar de stad. Weizigt wordt totdat Gerardus De Roo (de jongste zoon, 1826-1886) er gaat wonen verhuurd aan familie. Zoals aan mevrouw Adriana Crena. Omdat zij huur en belastingen betaalde kreeg zij de vrije hand om aanpassingen te doen. Zij was degene die architect Zocher jr. de opdracht gaf om een oranjerie te ontwerpen.

Oranjerie foto waarschijnlijk jaren 30

Oranjerie foto waarschijnlijk jaren 30.

Kadastrale kaart 1866

Kadastrale kaart 1866.

Station Dordrecht

Station Dordrecht.

Toen er plannen werden gemaakt om het spoor van Rotterdam naar Nijmegen aan te leggen met een heus station in Dordrecht kwam Gerardus in verzet. Helaas; zijn strijd hiertegen mocht niet baten. In 1872 was het spoor met station klaar en Dordrecht klaar om reizigers te ontvangen. De buitenplaats was bijna gehalveerd. 

De laatste generatie op Weizigt

Bartholina Maria De Roo van Capelle (geb. 1864)

Bartholina Maria De Roo van Capelle (geb. 1864).

Henry Boudewijn De Roo van Capelle (geb. 1859)

Henry Boudewijn De Roo van Capelle (geb. 1859). Beide portretten zijn gemaakt in 1892 door Pieter de Josselin de Jong.

Naast Weizigt erft Henry ook het huis Daalhuizen van zijn oom in Velp. Hij is getrouwd met jonkvrouw Wilhelmina Bartholina Maria van den Santheuvel. En krijgt met haar 4 kinderen. Henry investeert in 2 nieuwe koetshuizen: Koetshuis Weizigt (1886) en Koetshuis Daalhuizen (1903). 

Woonhuis Weizigt 1898

Woonhuis 1898

Het koetshuis

Het archief van de familie De Roo is niet omsloten. Daarom zijn sommige ontwikkelingen onduidelijk of niet bekend. Zo is het bijvoorbeeld niet bekend wie de architect is van het koetshuis. Wat we wel weten is dat het koetshuis in Velp in 1903 is ontworpen door de Dordtse Antoine van Eck. Het is aannemelijk dat Henry De Roo deze architect opnieuw vraagt voor het koetshuis in Velp, omdat hij eerder tevreden was met het Koetshuis in Dordrecht.

De gevelstenen in het Koetshuis (achterkant van het pand) herinneren nog aan het feestelijke moment dat de eerste steen door Henry en Wilhelmina De Roo werd gelegd.

De eerste steen gelegd den 1e Mei 1886

De eerste steen gelegd den 1e Mei 1886. Foto Amalia Gatacre.

Vrouwe M.H.B. De Roo, geborenjonkvrouw van den Santheuvel.

Vrouwe M.H.B. De Roo, geboren jonkvrouw van den Santheuvel. Foto Amalia Gatacre.

Bouwstijl  

Na 1860 kende ons land een economische opbloei waardoor er veel werd gebouwd, vooral in een mengvorm van neogotiek en neorenaissance. Het mengen van verschillende bouwstijlen heet  eclectisch. De neogotiek (circa 1860-1890) is sterk verbonden met de naam van Pierre Cuypers. Hij bouwde vele kerken en openbare gebouwen; bijvoorbeeld het centraal station in Amsterdam. De bouwstijl en het interieur van het koetshuis past helemaal in deze tijd. Met de keuze van de materialen en het indrukwekkende formaat van het koetshuis liet de familie De Roo zien dat zij tot de hogere klasse in Dordrecht hoorde.

Koetshuis achterzijde

Koetshuis achterzijde

Paardenhoofd aan de gevel van het Koetshuis

Rijk interieur

Het interieur van het gebouw is vooral bijzonder door de prachtig betegelde vloeren en wanden en de rijk geornamenteerde plafonds. 

De tuigenkamer in het Koetshuis

Tuigenkamer met het rijk versierde plafond. Foto Amalia Gatacre.

Ook het hang- en sluitwerk op de deuren is bijzonder

Ook het hang- en sluitwerk op de deuren is bijzonder.

Fonteintje in de koetsruimte. Helaas ontbreekt het kraantje. Foto Amalia Gatacre

Fonteintje in de koetsruimte. Helaas ontbreekt het kraantje. Foto Amalia Gatacre.

Collectie rijtuigen

In de koetsruimte stond de collectie rijtuigen zoals een berline, een victoria en een dogkar. De rijtuigen werden hier gepoetst en nagekeken. Een berline is een rijtuig die ideaal is om door de stad te rijden. Dit rijtuig had 'schokdempers' zodat de passagiers comfortabel hun rit door de stad konden maken. Met de dogkar reed Henry samen met de koetsier langs zijn vele boerderijen en landerijen. 

Een dogkar is een rijtuig met 2 wielen getrokken door 1 paard

Een dogkar is een rijtuig met 2 wielen getrokken door 1 paard. 

Berline

Een berline werd door 2 of 4 paarden getrokken.

Koetsier met staljongen aan het werk in een koetshuis

Koetsier met staljongen aan het werk in een koetshuis.

Paardenstal

Aan de andere kant van de koetsruimte is de paardenstal. Alleen de paarden in deze stal werden voor een koets aangespannen. Als fervent paardenliefhebber stak De Roo veel geld in de entourage van de paardenstal. Zo zijn de stortkokers voor het hooi heel vernuftig netjes weggewerkt in de muur.

De paardenboxen werden rijkelijk voorzien van geelkoper. Boven de ruiven staan klinkende namen in verguld gietijzer van de hengsten: Sultan, Zephyr, Juno, Mirza en Cesar. En de merries Kitty, Selena, Bijou, Flora, Alma, Olga en Serena.

Voederbakken van Belgisch hardsteen. Tegeltjes aan de wand om de ruimte goed schoon te houden

Voederbakken van Belgisch hardsteen. Tegeltjes aan de wand om de ruimte goed schoon te houden.

Naamplaatje van de merrie Olga

Naamplaatje van de merrie Olga.

De wonderbaarlijke eeuw

De 19de eeuw was een wonderbaarlijke eeuw. In een snel tempo veranderde de Nederlandse maatschappij van een traditionele agrarische samenleving naar een industriële samenleving.

Omstreeks 1880 begonnen de jaren van onrust. Prijsdalingen voor landbouwproducten leidden tot armoede en massale werkloosheid op het platteland, met als gevolg een enorme trek van mensen naar de steden, waar de misère vaak even groot was. In de binnenstad van Dordrecht waren krottenbuurten waar mensen onder erbarmelijke omstandigheden wonen. De grachten stonken en meerdere gezinnen (vaak grote gezinnen) woonden met elkaar samen. Van hen die hoorde bij de onderste trede van de maatschappelijke ladder; zij woonden in een kelderwoning waar regelmatig het regenwater van de straat naar binnen stroomde. 

Gezin in de 19de eeuw in Amsterdam

Gezin in de 19de eeuw in Amsterdam.

Van adres naar adres

In schril contrast woonde familie De Roo aan de rand van de stad in een mooi huis voorzien van comfort zoals verwarming, schoon water en ruimte voor alle gezinsleden.

Om de paar maanden wisselde de familie van woonadres. In Dordrecht had de familie nog een huis, het Houtenhuis en Daalhuizen het huis in Velp dat Henry van zijn oom erfde. Elk keer als de familie van adres wisselden verhuisde het personeel met de familie mee. De koetsier en de tuinbaas woonden met hun gezin in de personeelswoningen op het terrein. 

Rond 1910 had de familie De Roo van Capelle van den Santheuvel werk voor:

  • 1 tuinbaas
  • 1 tuinknecht
  • 1 timmerman
  • arbeiders 
  • werkvrouwen 
  • wasvrouwen 
  • keukenpersoneel
  • dienstmeisjes
  • 1 huisknecht
  • 1 chauffeur
  • 1 koetsier
  • 1 palfrenier

Het was gebruikelijk dat gezinsleden van het personeel werden ingezet voor het werk op de buitenplaats. Het bedienend personeel zoals de kamermeisjes, keukenhulpjes, de kokkin en huisknechten woonden in het huis. Waarschijnlijk op de bovenste verdieping waar zij samen een kamertje met elkaar deelden. Zoals gebruikelijk was werkte het personeel hard en zorgde ervoor dat hun aanwezigheid in huis en in de buurt van de familie onzichtbaar was.

Advertentie dienstmeisje

Nette mevrouwen en belangrijke heren

Ondanks de maatschappelijke veranderingen bleef de adel nog lang gezien als de hoogste stand, ook al was de standenmaatschappij afgeschaft. Mensen uit de adel bekleedden hoge posities; dames aan het hof en heren in de politiek, openbaar bestuur, leger, rechtspraak en diplomatie. 

Henry was eigenaar van 83 boerderijen op het eiland van Dordrecht en in de Hoeksche Waard. En was actief in het bestuur van de stad. Zo was hij (rond 1900) gemeenteraadslid in Dordrecht. En spande zich in om goed te doen op maatschappelijk vlak door lid te zijn van het bestuur van Der Vereeniging Armenzorg Dordrecht. Hij had tijd genoeg om ook nog voorzitter van de Kon. Ned. Mij. voor Tuinbouw en Plantkunde en Hoogheemraad van 'De Vierpolders' te zijn.

Wilhelmina werkte niet. Leiding geven aan het bedienend personeel was een van haar belangrijkste taken. Het is niet bekend of zij zich inzette voor goede doelen, wat wel gebruikelijk was voor nette mevrouwen.

Het beeld van de Nederlandse adellijke vrouw rond 1900, bestond uit 'verplicht' nietsdoen en elegant zijn. In de feministische bestseller Hilda van Suylenburg (1897) van de schrijfster Cécile Goekoop de Jong van Beek en Donk, wordt aan een van de karakters gevraagd of het versieren van een tafel voor het diner niet zonde van haar tijd is? Antwoordt zij: 

'Wie denkt daar nu zo over? Het leven van de vrouwen uit onze wereld is nu eenmaal zo! Toilet en duizend mondaine plichtjes, een beetje charité, een beetje lectuur, wat boodschappen doen, teaen, passen, briefjes schrijven, tennissen, fietsen, bezoeken maken, musiceren, ontvangen, menu's samenstellen, dat is ons werk nu eenmaal!'. 

Dordrecht groeit en groeit

Door de verbeterde leefomstandigheden bleven mensen gezonder en na 1900 groeide het aantal inwoners. In 1850 woonden er 21.000 en in 1900 39.000 Dordtenaren in de gemeente. Nieuwe wijken werden gebouwd met huizen die veel beter waren dan de verkrotte woningen in de binnenstad. 

Bouw van gezonde arbeiderswoningen

Bouw van gezonde arbeiderswoningen. Het huis bestond uit een etage met een bleekveldje (voor de was) op de begane grond. Zonlicht en gezonde lucht kwamen binnen via de ramen. De huizenblokken hadden onderling afstand. In 1902 bouwde de Vereeniging tot Verbetering van Huisvesting van de Arbeidende Klasse in 1902 deze arbeiderswoningen aan de Groenendijk in Dordrecht.

Deze ontwikkeling had impact op Weizigt. Net als zijn vader verzette Henry zich tegen ontwikkelingen in de directe omgeving van de buitenplaats. Dit keer ging het om het uitzicht op de Watermolenweide. De gemeente had de ruimte buiten de stad gekozen om huizen te bouwen. Zijn verzet wierp zijn vruchten af (misschien dat zijn maatschappelijke positie daarbij hielp). Het uitzicht vanuit het woonhuis bleef vrij; op de Watermolenweide werden geen huizen gebouwd. Pas in de jaren '50 was dit afgelopen, de weide werd ingericht als plantsoen passend bij de moderne tunnel voor auto’s en een voetgangers-fietstunnel onder het spoor. Door het Van Baerleplantsoen was het vrije uitzicht uiteindelijk verdwenen.

Krispijnse tunnel met op de achtergrond het plantsoen en het koetshuis

Krispijnse tunnel met op de achtergrond het plantsoen en het koetshuis.

In de laatste jaren van zijn leven trok Henry zich verder terug op Weizigt of op Daalhuizen. Hij overleed in 1936. Na jaren van onderhandelen verkocht weduwe De Roo in 1942 de buitenplaats (42 hectare) aan gemeente Dordrecht. Al in de oorlog gaf de gemeente aan tuinarchitect S.G.A. Doornbos de opdracht om voor een gedeelte van de grond een stadspark te ontwerpen. Het terrein met het woonhuis, koetshuis en overige opstallen (13 hectare) bleef behouden en eigendom van de gemeente. Mevrouw De Roo bleef in Velp wonen tot zij daar in 1949 overleed. 

Op een oude kaart uit 1611 is een 'buiten' te zien op de plek waar nu Weizigt is.

Nieuws uit Weizigt

  • Kom 28 maart gratis compost scheppen!

    Compostdag

    24 maart 2026

    Het voorjaar begint bijna. Veel mensen gaan weer in de tuin werken. Kan je tuin na de winter wat...

  • Beleef de lente op tweede paasdag

    Kippen

    24 maart 2026

    Heb jij al plannen voor tweede paasdag? Bij Weizigt is er die dag van 13.00 tot 16.00 uur een...

  • Babynieuws: een veulen voor Shadow

    Storm

    16 maart 2026

    Er is een veulen geboren op onze Stadsboerderij. Appaloosa minipaard Shadow is maandagavond 9 maart...