Drie vragen aan...
Theo Vis
Theo Vis
"De vernuftige taakverdeling, alleen al tussen de koningin en haar hofdames, blijft me verbazen."
Theo Vis is de dierverzorger en imker van Weizigt. De ecologische Bijenstal waarin hij werkt is het hele jaar te bekijken en in de zomermaanden van binnen te bezoeken.
Wat aan bijen fascineert je?
"Allereerst de rol die ze spelen in ons ecosysteem. Zo'n tachtig procent van ons voedsel wordt door hen bestoven; groente en fruit natuurlijk, maar zelfs voor koffie is een bij nodig. Dat gaat met een efficiëntie die wij als mensen niet kunnen evenaren.
Daarnaast blijf ik me verbazen over hun vernuftige taakverdeling. In onze Bijenstal kun je dat mooi zien: daar woont een koningin met één hoofdtaak; zoveel mogelijk eitjes leggen. En dat zijn er nogal wat, in de lente en zomer zo'n 2000 per dag. Ze heeft dus geen tijd om zichzelf te verzorgen, dat doet haar hofstaat. Zo'n 12 hofdames lopen constant om haar heen, ze voeren en poetsen haar. Ondertussen verspreidt de koningin onder hen een feromoon, ook wel koninginnenstof genoemd. En omdat die groep hofdames constant wisselt van samenstelling wordt dat feromoon door het hele volk verspreid. Belangrijk, want het zorgt voor rust en harmonie in de bijenkast en het houdt andere bijen op afstand."
"De vernuftige taakverdeling, alleen al tussen de koningin en haar hofdames, blijft me verbazen."
Er zijn in Nederland zo'n 360 bijensoorten – die je kunt onderverdelen in sociale en solitaire bijen – kun je daar iets meer over vertellen?
"In onze Bijenstal vind je de honigbij. Die komt in Nederland nog nauwelijks voor in het wild, alleen in kasten van imkers. Bij Weizigt mag de honigbij de honing zelf houden, want dat is zijn voedselvoorraad voor de winter. De honingbij is een sociale bij. Dat betekent dat hij in een kolonie leeft waarbinnen een duidelijke taakverdeling geldt.
Behalve sociale bijen heb je ook solitaire, wilde bijen. Die leven alleen en vind je bijvoorbeeld onder een stoeptegel, in een zandhoop of in kleine bijenhotelletjes."
Veel van die bijensoorten zijn aan het verdwijnen, hoe komt dat en wat kun je doen om te helpen?
"Na de Tweede Wereldoorlog is het Nederlandse landschap veranderd. Alles moest efficiënter. Er ontstond een monocultuur. Dat betekent dat boeren steeds hetzelfde gewas op hetzelfde land verbouwen, wat leidt tot uitputting van de bodem. Er zijn dan steeds meer bestrijdingsmiddelen nodig om iets te laten groeien. Dat verdelgen nam in de jaren zeventig een vlucht toen het bestrijdingsmiddel Roundup werd geïntroduceerd. Daarmee werd vrijwel het hele boerenlandschap platgespoten. Er was geen ruimte meer voor wilde planten of veldbloemen tussen de gewassen. Omgevallen bomen werden direct weggehaald en zandweggetjes werden vervangen voor asfaltwegen. Voor de bij bleef er niets meer over; geen plek om zich te huisvesten noch bloemen om zich mee te voeden.
Gelukkig wordt er nu steeds meer gedaan om de bij te helpen. In onze Bijenstal ontdek je hoe je hier zelf aan kunt bijdragen. Open bijvoorbeeld een "bijenB&B" in je tuin of op je balkon. Een "Bed" maak je door wat tegels uit de grond te wippen, zandhoopjes te laten liggen of door het ophangen van een bijenhotel. Hun "Breakfast" nuttigen bijen het liefst in de vorm van biologische bomen met bloesem of vaste, inheemse planten met bloemen."


